Auteur: Marc Wiegman
Deelprotocollen

Handelwijzen en productinformatie

Veiligheid medewerker(s) bij overledenenzorg

Het onderwerp “Veiligheid medewerker(s) - Handelwijzen en productinformatie” heeft vier onderwerpen die bijdragen aan een gezonde werkomgeving.

  1. Hygiëne en beschermingsproducten tegen besmettingsgevaren

  1. Producten ter bescherming van het fysieke gestel van de medewerker(s)

  1. Informatie over producten die verspreiding voorkomen van (schadelijke) micro-organismen afkomstig van de overledene wordt gegeven in het protocol "Wondverzorging en restauratie".

  1. Informatie over hygiëne werkomgeving kunt u vinden in het item “Hygiëne werkomgeving” uit het protocol “besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” op deze website.

De benoemde producten en productinformatie sluit aan op het bevorderen van arbeidsomstandigheden (Arbo) zoals bedoelt in de arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) en heeft als doel het beschermen en bevorderen van het welzijn (gezondheid) van medewerker(s).

Bij gebruik van de benoemde producten dient u de bijgeleverde gebruiksaanwijzing door te lezen en benoemde veiligheidsinstructies in acht te nemen!

Hygiëne en beschermingsproducten tegen besmettingsgevaren

Was-lotion

Een was-lotion betreft een ontvettende zeep en kan eventueel worden gebruikt om de overledene te verzorgen. Zie deelprotocol “Wassen van de overledene”

Belangrijk

Een medewerker dient na overledenenzorg een dergelijke was-lotion niet als hygiëneproduct te gebruiken om de handen te wassen omdat geen sprake is van een bacteriedodende werking.

Voor adequate producten handhygiëne medewerkers na overledenenzorg verwijs ik u naar de items desinfecterende zeep en handenalcohol

Desinfecterende zeep

Niet alleen tijdens overledenenzorg, maar ook door een besmette omgeving komen medewerkers vele malen per dag in aanraking met (schadelijke) onwenselijke micro-organismen. Een voorbeeld hiervan is de deurklink van de overledenenzorgruimte. U weet immers niet of uw collega’s goede hygiënemaatregelen hebben toegepast voordat zij de deurklink beetpakten.

(Schadelijke) onwenselijke micro-organismen kunnen voor u en voor derden een gevaar voor de gezondheid vormen. Persoonlijke besmetting, maar ook kruisbesmetting zijn een reëel gevaar.

Van belang is dat na elk (potentieel) contact met onwenselijke micro-organismen de handen worden verzorgd met als doel het doden van (schadelijke) onwenselijke micro-organismen.

Om micro-organismen te verwijderen / doden kunt u gebruik maken van een micro-organisme dodende zeep (desinfecterende zeep).
Een dergelijk desinfectans wordt plaatselijk (uitwendig) gebruikt op het lichaam om schadelijke micro-organismen te inactiveren / te doden.

Een desinfecterende zeep dient te worden aangebracht door middel van een flacon met pompje of door middel van een elleboogpomp zodat minimale mogelijkheid bestaat dat de zeep in de zeepflacon een bron vormt van onwenselijke micro-organismen.

Om de handen goed micro-organisme vrij te maken dient het protocol handhygiëne te worden gevolgd.

Zie het deelprotocol “Handhygiëne” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” voor instructies handhygiëne

Meer informatie over desinfecterende zeep kunt u vinden in het deelprotocol “Producten persoonlijke bescherming” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” op deze website.

Download pdf: Handen wassenDownload pdf: Handdesinfectie en handen wassen

Papieren handdoekjes

Na het wassen van de handen is het afdrogen van de handen een logisch gevolg.

Het afdrogen van de handen maakt onderdeel uit van het verwijderen van vuil op de handen.
Na het wassen van de handen met een desinfecterende zeep volgens het protocol handhygiëne bestaat de mogelijkheid dat zich nog (microscopisch) kleine vuilresten op de handen bevinden. Door de handen goed af te drogen met een papieren handdoek worden ook deze vuilresten verwijderd.

Papieren handdoekjes zijn een disposebel product en geschikt voor eenmalig gebruik.
Na gebruik dienen de handdoekjes via het afval te worden afgevoerd.

Zie het deelprotocol “Handhygiëne” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” voor instructies handhygiëne.

Belangrijk

Met regelmaat zijn in overledenenzorgruimten katoenen handdoeken te vinden om de handen af te drogen.
Katoenen handdoeken vormen een grote bron van onwenselijke (schadelijke) micro-organismen en dienen om deze rede niet door medewerkers voor handhygiëne te worden gebruikt!

Het is niet de bedoeling dat na het ontdoen van micro-organismen door het volgen van het protocol handhygiëne weer micro-organismen op uw handen komen doordat u gebruik maakt van een besmette katoenen handdoek!

Meer informatie over papieren handdoekjes kunt u vinden in het deelprotocol “Producten persoonlijke bescherming” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” op deze website.

Houder voor papieren handdoekjes

Om papieren handdoekjes niet te besmetten met onwenselijke (schadelijke) micro-organismen en om de papieren handdoekjes op een goede plek binnen bereik te hebben dienen deze geplaatst te zijn in een daarvoor bestemde handdoekhouder.

Afvalbak (vuilnisbak)

Het klinkt vreemd, maar ook een goede afvalbak is onderdeel van een veilige werkomgeving.

Na het afdrogen van de handen worden de papieren handdoekjes in de afvalemmer gedeponeerd. Bij veel afvalemmers moet met de handen contact met de deksel van de afvalemmer worden gemaakt om deze goed te kunnen openen.
Contact met de afvalemmer betekent dat zich weer onwenselijke (schadelijke) micro-organismen op uw handen bevinden. Dit komt onder anderen doordat veelal de afvalemmer ook wordt gebruikt voor de afvoer van besmet materiaal tijdens de overledenenzorg.

Een goede afvalemmer is een afvalemmer waarvan de deksel alleen door middel van een voetpedaal kan worden geopend. Door geen contact met de afvalemmer te maken blijven uw net gewassen handen vrij van onwenselijke micro-organismen.

Een goede afvalbak dient over een deksel te beschikken waardoor onwenselijke (schadelijke) micro-organismen zich in een afgesloten ruimte bevinden.

Bij onwenselijke geuren vanuit de afvalbak dient de afvalzak meten te worden verwijderd.
Als u op de hoogte bent dat zich extreem risicovolle micro-organismen in de afvalbak bevinden dient u de afvalzak direct te verwijderen.

Als geen schadelijke micro-organismen bekend zijn kan afval worden afgevoerd via het reguliere afval.
Als sprake is van de aanwezigheid van extreem risicovolle micro-organismen dient, indien de mogelijkheid bestaat, de afval te worden afgevoerd via het besmette afval.

Het verwijderen van de vuilniszak

Bij het verwijderen van een vuilniszak dient altijd rekening te worden gehouden met:

  • Gevaar voor prik-, snij-, spataccidenten.
  • Dat de afvalzak wordt verwijderd met werkhandschoenen aan.
  • De luchtstroom die ontstaat als u de afvalzak sluit.
    In de luchtstroom kunnen zich onwenselijke micro-organismen bevinden.
  • Dat na het verwijderen van de afvalzak uw handen mogelijk besmet zijn met onwenselijke (schadelijke) micro-organismen.
    U dient na het verwijderen van de afvalzak de handen volgens het protocol handhygiëne te verzorgen.

Handenalcohol

Handenalcohol is een product waarmee men na elke risicovolle handeling (aanraking met micro-organismen) de handen kan inwrijven. Dit product dient men op droge handen aan te brengen.

Handenalcohol betreft een desinfectans, wat betekent dat sprake is van een ontsmettende / bacteriedodende werking. Een dergelijk desinfectans wordt plaatselijk (uitwendig) gebruikt op het lichaam om schadelijke micro-organismen te inactiveren / te doden.

Handenalcohol is in de overledenenzorg bij uitstek geschikt voor gebruik op plaatsen waar geen water voorhanden is om de handen te wassen.

Handenalcohol is naast grote flacons ook verkrijgbaar in kleine flacons zodat deze makkelijk tijdens de werkzaamheden kan worden meegenomen. Een dergelijke kleinverpakking hoort niet te worden opgeslagen in en besmette omgeving zoals een verzorgingskoffer!

Bij verzorging van de handen met handenalcohol dient u de instructies van het protocol handhygiëne te volgen.

Zie het deelprotocol “Handhygiëne” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” voor instructies handhygiëne.

Handenalcohol niet gebruiken als sprake is van:

  • Zichtbaar vuil op de handen;
  • Natte handen;
  • Plakkerige handen;
  • Na toiletgang.
In dit geval handhygiëne toepassen met een desinfecterende zeep.

Belangrijk

In geval van mogelijke besmettingsgevaar door de bacterie Clostridium difficile is het advies om de handen te wassen met desinfecterende zeep.
Onderzoek heeft uitgewezen dat bij Clostridium difficile het gebruik van handenalcohol onvoldoende effect heeft en risico op besmetting en kruisbesmetting blijft bestaan. (Bron: LCI)

Meer informatie over handenalcohol kunt u vinden in het deelprotocol “Producten persoonlijke bescherming” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” op deze website.

Download pdf: HanddesinfectieDownload pdf: Handdesinfectie en handen wassen

Handcrème

Bij overledenenzorg wordt door medewerkers met grote regelmaat de handen gewassen. Het vele wassen van de handen heeft als nadelige bijwerking dat de handen snel kunnen uitdrogen doordat zeepproducten een ontvettende werking als neveneffect hebben.
Een handcrème kan de huidvochtigheid reguleren waardoor de huid soepel wordt gehouden.

Antibacteriële handcrème

Een antibacteriële handcrème beschermt de handen voor bepaalde tijd tegen invloeden van micro-organismen.
Uiteraard dient men wel voor het gebruik van een antibacteriële handcrème na geboden overledenenzorg of na mogelijke contact met (schadelijke) micro-organismen de handen te verzorgen volgens het protocol handhygiëne.

Zie voor het gebruik van huidcrème / handcrème en instructies handhygiëne het deelprotocol “Handhygiëne” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen”.

Wandhouder voor zeep en handenalcohol met elleboogbeugel

Van groot belang is, dat zeep- en handenalcoholpompjes bacterievrij worden gehouden. Goed gebruik van een wandhouder met elleboogbeugel draagt bij aan het bacterievrij houden en zorgt ervoor dat (schadelijke) micro-organismen zich niet in en rondom de pompjes gaan settelen.
Belangrijk is dat de elleboogbeugel met regelmaat huishoudelijk of met een alcoholproduct wordt schoongemaakt.

Meer informatie over elleboogpompjes kunt u vinden in het deelprotocol “Producten persoonlijke bescherming” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” op deze website.

Handschoenen nitril

Handschoenen die bescherming kunnen bieden tegen besmetting zijn veelal gemaakt van latex, polyvinyl of nitril.

Nitril heeft twee grote voordelen ten opzichte van handschoenen die vervaardigd zijn van latex of polyvinyl.

  • Een defect in een nitril handschoen trekt door gebrek aan elasticiteit niet samen waardoor het defect (duidelijk) in stand blijft;
  • Een defect in een nitril handschoen wordt snel groter en de handschoen scheurt waardoor men maatregen kan treffen.
Dit zijn grote voordelen omdat meteen duidelijk is dat de veiligheidsbarrière van de handschoen is doorbroken. De gebruiker kan dan direct adequate hygiënemaatregelen treffen zoals het volgen van het protocol handhygiëne en het aantrekken van nieuwe handschoenen.

Handschoenen die vervaardigd zijn van een andere materiaal dan nitril verbergen een defect door hun elasticiteit. De gebruiker merkt niet op dat de veiligheidsbarriere is doorbroken en waant zich veilig.

Om gevaar voor besmetting en verspreiding van micro-organismen tegen te gaan is van groot belang dat een barrière ontstaat tussen deze micro-organismen en de medewerker. Bij overledenenzorg gelden als voornaamste regels met betrekking tot besmettingsgevaar:

  • Een overledene dient altijd als “besmet” te worden beschouwd.
  • Omdat bij zorg voor de overledene gevaar bestaat voor besmetting met (schadelijke) micro-organismen dient de medewerker tijdens overledenenzorg altijd gebruik te maken van handschoenen als beschermingsmaatregel.
  • In de overledenenzorg betekent contact met zichtbare en onzichtbare weefsels en stoffen afkomstig van een overledene veelal ook gevaar voor besmetting.

Eén van de meest gebruikte producten als beschermingsmaatregel zijn de handschoenen.

Nitril handschoenen voorzien in een barrière tussen de medewerker en eventueel aanwezige micro-organismen.
Nitril handschoenen zijn iets stugger dan handschoenen van een rubber product zoals latex, maar vormen zich goed om de handen van de medewerker waardoor ook de fijne werkzaamheden zoals het sluiten van kleine knoopjes geen probleem is.
Nitril is een zeer sterk product waarvan bekend is dat nitril handschoenen niet snel stuk gaan of lekkage optreedt.
Vanwege de kwaliteit van sterkte bieden nitril handschoenen tijdens de werkzaamheden een verhoogde zekerheid ter bescherming tegen het risico op prik-en snijaccidenten echter, nitril handschoenen kunnen stuk en bieden daarom geen adequate bescherming tegen prik- en snijaccidenten.
In geval van risicovolle handelingen met gevaar op prik- en snijaccidenten dient de medewerker aanvullende maatregelen te treffen zoals het dragen van maliënkolder handschoenen.

Nitril handschoenen zijn een disposebel product en geschikt voor eenmalig gebruik.
Na gebruik dienen de handschoenen volgens uitkleedprotocol te worden uitgetrokken zodat eventuele micro-organismen zich in de handschoen bevinden en niet alsnog gevaar voor besmetting vormen.

Het dragen van handschoenen biedt bescherming tegen contact met micro-organismen.
Na het uittrekken van de werkhandschoenen dient de medewerker alsnog de handen te wassen volgens het protocol handhygiëne, om eventueel aanwezige resterende (schadelijke) micro-organismen te verwijderen.

Belangrijk

Het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid (LCHV onderdeel van het RIVM) geeft als advies vanwege het besmettingsgevaar tijdens overledenenzorg altijd gebruik te maken van nitril handschoenen.

Belangrijk

Handschoenen hebben een beperkte levensduur. Fabrikanten geven deze aan middels een einddatum op de verpakking.

Meer informatie over nitril handschoenen kunt u vinden in het deelprotocol “Producten persoonlijke bescherming” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” op deze website.

Nitril handschoenen met lange manchet

Het gebruik van nitril handschoenen met lange manchet wordt aangeraden in geval van risicovolle werkzaamheden. Gedacht kan worden aan het dragen tijdens obductie en tijdens overledenenzorg waarbij sprake is van (sommige vormen van) niet-natuurlijk overlijden.

De lange manchet biedt naast bescherming van de handen ook bescherming aan de polsen en is een uitstekende aanvulling op beschermende werkkleding met lange mouwen zoals een operatiekamer jas of een beschermende overall.

Nitril handschoenen zijn een disposebel product en geschikt voor eenmalig gebruik.
Na gebruik dienen de handschoenen volgens uitkleedprotocol te worden uitgetrokken zodat eventuele micro-organismen zich in de handschoen bevinden en niet alsnog gevaar voor besmetting vormen.

Na het uittrekken van de werkhandschoenen dient de medewerker alsnog de handen te wassen volgens het protocol handhygiëne, om eventueel aanwezige resterende (schadelijke) micro-organismen te verwijderen.

Meer productinformatie over nitril kunt u vinden in het item "Handschoenen nitril".

Belangrijk

Het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid (LCHV onderdeel van het RIVM) geeft als advies vanwege het besmettingsgevaar tijdens overledenenzorg altijd gebruik te maken van nitril handschoenen.

Belangrijk

Handschoenen hebben een beperkte levensduur. Fabrikanten geven deze aan middels een einddatum op de verpakking.

Meer informatie over nitril handschoenen kunt u vinden in het deelprotocol “Producten persoonlijke bescherming” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” op deze website.

Handschoenen polyvinyl

Handschoenen van polyvinyl zijn bij uitstek geschikt voor schoonmaakwerkzaamheden van risicovolle ruimten vanwege de aanwezigheid van (schadelijke) micro-organismen.
Ook zijn deze handschoenen geschikt voor vormen van niet reguliere overledenenzorg zoals het op locatie verplaatsen van traumaslachtoffers.

Handschoenen van polyvinyl zijn sterk en bieden daardoor een verhoogde bescherming tegen prik- en snijaccidenten. Deze handschoenen zijn echter niet geschikt ter voorkoming van prik- en snijaccidenten.
In geval van risicovolle handelingen met gevaar op prik- en snijaccidenten dient de medewerker aanvullende maatregelen te treffen zoals het dragen van maliënkolder handschoenen.

Handschoenen van polyvinyl vallen niet onder de disposebel gebruiksvoorwerpen en kunnen dus meerdere keren worden gebruikt.
Van belang is dat de binnenkant van deze handschoenen niet in contact komen met micro-organismen omdat anders het gevaar bestaat dat een kweekvijver van micro-organismen ontstaat.

Het dragen van handschoenen biedt bescherming tegen contact met micro-organismen.
Na het uittrekken van de werkhandschoenen dient de medewerker alsnog de handen te wassen volgens het protocol handhygiëne, om eventueel aanwezige resterende (schadelijke) micro-organismen te verwijderen.

Belangrijk

Handschoenen hebben een beperkte levensduur. Fabrikanten geven deze aan middels een einddatum op de verpakking.

Meer informatie over handschoenen kunt u vinden in het deelprotocol “Producten persoonlijke bescherming” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” op deze website.

Maliënkolder handschoenen

Als wordt gewerkt met scherpe voorwerpen of in geval gevaar bestaat voor de aanwezigheid van gebroken botten of botfragmenten is het advies om maliënkolder handschoenen te dragen.

Het gebruik van maliënkolder handschoenen kan snijaccidenten voorkomen en kan mogelijk prikaccidenten helpen tegengaan.

Een maliënkolder handschoen is vervaardigd van een materiaal dat geschikt is als bescherming tegen scherpe voorwerpen die snijwonden veroorzaken.

De meeste maliënkolder handschoenen bieden echter geen (volledige) bescherming tegen prikaccidenten.
Omdat prikaccidenten vaak ontstaan door het schampen van een naald kan een maliënkolder mogelijk toch enige bescherming bieden.
Een maliënkolder handschoen ter preventie van prikaccidenten is beter dan geen maatregel tegen prikaccidenten.

Belangrijk

Van belang voor goed gebruik van de maliënkolder handschoen is dat vooraf de handleiding wordt doorgenomen. Er zijn vele maliënkolder handschoenen en de veiligheid wisselt.

Belangrijk

Maliënkolder handschoenen laten vocht door. Tijdens het dragen van een maliënkolder handschoen dient men onder de maliënkolder handschoen een handschoen van latex, nitril of polyvinyl te dragen.

Belangrijk

Een maliënkolder handschoen is slechts een hulpmiddel om snijaccidenten te voorkomen.
Voorzichtig werken, met beleid werken en doordacht werken is van belang!

Meer informatie over maliënkolder handschoenen kunt u vinden in het deelprotocol “Producten persoonlijke bescherming” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” op deze website.

Handschoenen plastic

Plastic handschoenen zijn over het algemeen niet geschikt voor het dragen als beschermingsproduct tijdens het geven van de laatste zorg. Dit komt doordat plastic niet elastisch is en zich niet om de handen van de verzorger vormt waardoor verzorgingsaspecten waarbij gebruik wordt gemaakt van de fijne motoriek, zoals het sluiten van knoopjes, haast niet mogelijk is.

Wel zijn plastic handschoenen zeer geschikt om te worden gebruikt tijdens reinigingswerkzaamheden zoals het reinigen van de overledenenzorg ruimte.

Plastic handschoenen geven geen bescherming tegen prik- en snijaccidenten!

Plastic handschoenen is een disposebel product en geschikt voor eenmalig gebruik.
Na gebruik dienen de handschoenen volgens uitkleedprotocol te worden uitgetrokken zodat eventuele micro-organismen zich in de handschoen bevinden en niet alsnog gevaar voor besmetting vormen.

Het dragen van handschoenen biedt bescherming tegen contact met micro-organismen.
Na het uittrekken van de werkhandschoenen dient de medewerker alsnog de handen te wassen volgens het protocol handhygiëne, om eventueel aanwezige resterende (schadelijke) micro-organismen te verwijderen.

Belangrijk

Het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid (LCHV onderdeel van het RIVM) geeft als advies vanwege het besmettingsgevaar tijdens overledenenzorg altijd gebruik te maken van nitril handschoenen.

Belangrijk

Handschoenen hebben een beperkte levensduur. Fabrikanten geven deze aan middels een einddatum op de verpakking.

Meer informatie over handschoenen kunt u vinden in het deelprotocol “Producten persoonlijke bescherming” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” op deze website.

Chirurgisch masker (het ‘smoeltje’)

Bij overledenenzorg wordt met regelmaat gebruik gemaakt van een chirurgisch masker (mond-neus masker / het ‘smoeltje’).

Een chirurgisch masker is voornamelijk geschikt om te voorkomen dat opspattende deeltjes de mond en neus bereiken.

Een chirurgisch masker betreft een disposebel product en is geschikt voor eenmalig gebruik.

Het chirurgisch masker houdt echter geen virussen en bacteriën tegen. Dit komt onder andere doordat een dergelijk masker niet goed genoeg op het gezicht aansluit. Als sprake is van besmettingsgevaar door virussen of bacteriën is het van belang om een FFP-masker te dragen.

Voor het verwijderen van een chirurgisch masker dient u de handen te reinigen omdat micro–organismen anders via de handen naar het hoofd worden verplaatst? Zie voor handreiniging het deelprotocol “Handhygiëne” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” op deze website.

    Wetenswaardigheid

    Een chirurgisch masker wordt vaak gedragen als barrière om geurvorming tegen te houden. Een chirurgisch masker laat echter geuren door. Om het ruiken van onaangename geuren te voorkomen / tegen te gaan heeft het dragen van een chirurgisch masker geen zin!

    Belangrijk

    Als medewerkers mortuariumbeheer, uitvaartzorg, rouwvervoer waarnemen dat verpleging op een verpleegafdeling bij een overledene gebruikmaken van mond-neus maskers, dan is het raadzaam om informatie in te winnen over de aard van het besmettingsgevaar en welke mond-neus maskers gebruikt moeten worden. U dient dan dezelfde maatregelen te treffen.

    Indien van toepassingn kan het verstandig zijn om nabestaanden (aanwezigen overledenenzorg / rouwbezoek) dezelfde beschermingsmaatregelen aan te bieden.

Om verspreiding van micro–organismen tegen te gaan dient u het “Uitkleedprotocol te volgen.

Meer informatie over het chirurgische masker kunt u vinden in het deelprotocol “Producten persoonlijke bescherming” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” op deze website.

Filtermasker (FFP)

Een filtermasker geeft bescherming tegen airogene besmetting (besmetting door micro-organismen die zich door de lucht verplaatsen).
Een goed bevestigde filtermasker voorkomt dat direct lucht uit de omgeving wordt ingeademd. Voor inademing passeert de lucht eerst een filter die in het masker bevestigd zit. Dit filter filtert schadelijke deeltjes zoals micro-organismen uit de lucht alvorens de lucht wordt ingeademd.

    FFP

    Informatie afkomstig van de Werkgroep Infectie Preventie (WIP)

    Er zijn herbruikbare maskers met verwisselbare filters en disposable (wegwerp) maskers. In de gezondheidszorg komen herbruikbare maskers niet in aanmerking omdat aan het weer “gebruiksgereed“ maken van dergelijke maskers teveel praktische bezwaren kleven. Er worden dus alleen disposable maskers gebruikt. Hiermee kom je dan op EN149:2001 genormeerde maskers uit.

    De norm EN149:2001 is de Europese norm voor filtrerende maskers en bevat 3 belangrijke typegoedkeuringen:

    1. FFP1,
    2. FFP2,
    3. FFP3.

    FF staat voor filtering facepiece en de P staat voor partikel / deeltje, het getal 1, 2 of 3 geeft het onderscheidend vermogen aan. Alle drie de types zijn goedgekeurd en in de goedkeuring is ook de randlekkage gedefinieerd. De maximale toegestane randlekkage (dus het lekken langs de randen van het masker) is binnen de EN149:2001 norm bij alle typen 2%.

    Behalve de randlekkage heb je ook te maken met de filterlekkage van het filtermedium, (de filterende werking van het maskermateriaal). Dit is bij de FFP1 maximale filterlekkage 20%, de FFP2: 6% en de FFP3: verwaarloosbaar klein (max. 1%).

    De totale inwaartse lekkage (TIL), (de randlekkage en het filtermediumlekkage) is bij de FFP-1: 22%, bij de FFP-2: 8% en de FFP-3: 2%.

Bij de aanschaf van een masker is het van belang dat het type (FFP1, FFP2, FFP3) overeen komt met het voorgeschreven advies (met betrekking tot het besmettingsgevaar).

Voor het verwijderen van een filtermasker dient u de handen te reinigen omdat micro–organismen anders via de handen naar het hoofd worden verplaatst? Zie voor handreiniging het deelprotocol “Handhygiëne” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” op deze website.

    Belangrijk

    Als medewerkers mortuariumbeheer, uitvaartzorg, rouwvervoer waarnemen dat verpleging op een verpleegafdeling bij een overledene gebruikmaken van mond-neus maskers, dan is het raadzaam om informatie in te winnen over de aard van het besmettingsgevaar en welke mond-neus maskers gebruikt moeten worden. U dient dan dezelfde maatregelen te treffen.

    Soms kan het ook verstandig zijn om nabestaanden (aanwezigen overledenenzorg / rouwbezoek) dezelfde beschermingsmaatregelen aan te bieden.

Om verspreiding van micro–organismen tegen te gaan dient u het “Uitkleedprotocol te volgen.

Meer informatie over het filtermasker kunt u vinden in het deelprotocol “Producten persoonlijke bescherming” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” op deze website.

Veiligheidsbril

Een veiligheidsbril biedt bescherming tegen spataccidenten.
De bril vormt een afgesloten gebied rond de ogen waardoor deze risicovol materiaal (onwenselijke micro-organismen) tegenhoudt.

De veiligheidsbril is vervaardigd van kunststof is geschikt voor herhaald gebruik.

Een veiligheidsbril dient opgezet te worden met schone handen, dus voor aanvang van de overledenenzorg.
De veiligheidsbril dient pas te worden afgezet als werkhandschoenen zijn uitgetrokken (zie Uitkleedprotocol) en de handen zijn gewassen volgens het protocol handhygiëne.
Verder contact met de veiligheidsbril tijdens risicovolle handelingen dient te worden vermeden.

Een veiligheidsbril hoort in een schone werkomgeving en niet in een besmette werkomgeving (zoals een verzorgingskoffer) te worden opgeborgen.

Bij voorkeur dient men de veiligheidsbril voor gebruik schoon te maken.

Een veiligheidsbril is uitermate geschikt tegen besmettingsgevaar tijdens risicovolle handelingen zoals een (schedel)obductie en sommige niet reguliere vormen van overledenenzorg zoals bij het werken met traumaslachtoffers.

Meer informatie over de veiligheidsbril kunt u vinden in het deelprotocol “Producten persoonlijke bescherming” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” op deze website.

Schorten wegwerp

Wegwerpschorten van plastic zijn uitermate geschikt ter bescherming van de (werk)kleding van de medewerker.
Tijdens overledenenzorg waarbij sprake is van overdracht van mogelijk besmette (vloei)stoffen op de kleding van de medewerker vormt een plastic schort een goede barrière.

Een plastic schort is een disposebel product en geschikt voor eenmalig gebruik.
Het schort dient te worden verwijderd zonder dat besmette handen contact maken met de nekstreek.
De neklus dient door trekken aan het borstgedeelte te worden stukgetrokken zodat contact van besmette handen met de nek wordt voorkomen.
Een andere methode is: Eerst de handen te wassen volgens het protocol Handhygiëne, vervolgens de lus over het hoofd te trekken waarna na het verwijderen van het schort weer het protocol handhygiëne dient te worden gevolgd.

Bij het uittrekken van het schort zorg u ervoor dat de buitenkant van het schort naar binnen wordt gefrommeld, zodat eventueel onwenselijke (schadelijke) micro-organismen zich aan de binnenkant van het schort bevinden en zo een minimaal risico tot besmettingsgevaar vormt. Het uitgetrokken schort deponeert u vervolgens direct in de afvalbak.

Zie voor meer informatie het Uitkleedprotocol op deze website.

Een belangrijke wetenswaardigheid is, dat een plastic schort statisch is. Het statische van dit schort zorgt ook voor aantrekking van (schadelijke) micro-organismen.

Meer informatie over schorten kunt u vinden in het deelprotocol “Producten persoonlijke bescherming” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” op deze website.

Overall wegwerp

Een dergelijke overall is een beschermingsmaatregel voor eenmalig gebruik. Na gebruik dient deze overall via (besmet) afval te worden afgevoerd.

Voor het uittrekken van een overall geldt een uitkleedprotocol. Tijdens het uittrekken dient de besmette buitenkant naar binnen te worden gevouwen zodat eventueel aanwezige micro-organismen minimale besmettingsgevaar vormen.

Papieren overall

In geval van politiewerkzaamheden zorgt een papieren overall ervoor dat geen sporen door de medewerker worden achtergelaten die het onderzoek nadelig kunnen beïnvloeden.

Een papieren overall geeft enige bescherming naar privé-kleding of werkkleding van de medewerker.

In geval sprake is van contact met vocht (door regen of door de aanwezigheid van lichaamsvloeistoffen) biedt een papieren overall geen adequate bescherming!

Plastic overall

Een plastic overall biedt tot op zekere hoogte bescherming tegen micro-organisme houdende vocht.
Nadeel van een plastic overall is, dat deze statisch is. De overall trekt dus ook micro-organismen aan. Van belang is dat bij uittrekken van een plastic overall het uitkleedprotocol wordt gevolgd en het protocol handhygiëne in acht wordt genomen!

Meer informatie over de overall kunt u vinden in het deelprotocol “Producten persoonlijke bescherming” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” op deze website.

Bezoekersjas

Een bezoekersjas dient ervoor om kleding van bezoekers te beschermen tegen vuil en micro-organismen.

Een bezoekersjas is veelal van papier (geschikt voor eenmalig gebruik) of stof.

Voor het uittrekken van een bezoekersjas geldt een uitkleedprotocol. Tijdens het uittrekken dient de besmette buitenkant naar binnen te worden gevouwen zodat eventueel aanwezige micro-organismen minimale besmettingsgevaar vormen.

Na het uittrekken van een bezoekersjas dient men het protocol handhygiëne in acht te nemen!

Een bezoekersjas bied geen bescherming tegen micro-organisme houdende vocht!

Overschoenen / -laarzen (schoenbeschermers)

Zoals bekend valt het meeste vuil naar beneden, zo ook in besmette overledenenzorg ruimten.

Overschoenen beschermen de schoenen tegen vuil en micro-organismen.
Door het dragen van overschoenen in een risico-omgeving voorkomt u dat onwenselijk (schadelijke) micro-organismen worden meegenomen naar uw privé-situatie, waar veelal ook de schoenen worden gedragen.
Ook voorkomt u zo mogelijk dat kleine kinderen die met pappa’s schoenen spelen in contact komen met onwenselijk (schadelijke) micro-organismen.

In de overledenenzorg geldt als regel, “vuil betekent veelal ook de aanwezigheid van (schadelijke) micro-organismen”.

In geval van justitiële werkzaamheden wordt door het dragen van overschoenen voorkomen dat uw sporen op een te onderzoeken plaats worden achtergelaten. U krijgt dan van een politiefunctionaris opdracht tot het dragen van overschoenen.

Na het verwijderen van de overschoenen dient u de handen volgens het protocol handhygiëne te verzorgen.

Plastic overschoenen / -laarzen zijn een disposebel product en geschikt voor eenmalig gebruik.

Meer informatie over overschoenen (schoenbeschermers) kunt u vinden in het deelprotocol “Producten persoonlijke bescherming” uit het protocol “Besmettingsgevaar & beschermingsmaatregelen” op deze website.

Lijkhoes / Bodybag

Een lijkhoes is geschikt voor verschillende overledenenzorg toepassingen.

Voorkoming van gevaar voor besmetting

In geval sprake is van een “risico-overledene” met betrekking tot verhoogde besmettingsgevaar voor derden, is het van belang om (mogelijke) verspreiding van micro-organismen tegen te gaan. Een afgesloten lijkhoes is een goed hulpmiddel dergelijk besmettingsgevaar te reduceren.

Voorkoming van onwenselijke besmetting van de overledene

In geval voor conservering gebruik wordt gemaakt van een multikoeling (koeling voor meerdere overledenen) of als een risico-overledene eerder in de koeling heeft gelegen en daardoor de mogelijkheid tot aanwezigheid van (schadelijke) onwenselijke micro-organismen bestaat, kan het van belang zijn om een overledene waar donatie op plaatsheeft te beschermen tegen deze onwenselijke micro-organismen.
Om de overledene tegen invloeden van onwenselijke micro-organismen te beschermen kan deze in een lijkhoes worden geplaatst.

Bescherming in geval van lekkage tijdens opbaring

Om lekkage (wat ook aanwezigheid van (schadelijke) micro-organismen betekent) in de kist te voorkomen kan de overledene in een lijkhoes worden geplaatst.
Advies is, om deze toepassing in elk geval bij risico-overledenen te gebruiken.
Onder risico-overledenen worden in dit geval verstaan:

  • Overvulde overledenen (onder andere sommige ic patiënten)
  • Overledenen waar vochtverlies plaatsheeft vanuit de mond / neus
  • Overledenen waarbij gebruik is gemaakt van uitzuigtechnieken
  • Overledenen met drainagewonden (drains)
  • Als sprake is van wonden zoals operatiewonden en in geval van traumaslachtoffers
  • In geval van een voorspoedig ontbindingsproces
  • In geval van een gevorderd ontbindingsproces

Justitiële doeleinden

In geval van justitieel onderzoek is het van belang geen sporen aan de overledene toe te voegen zodat goed sporenonderzoek mogelijk is.
Door de overledene in een lijkhoes te plaatsen wordt deze beschermd tegen toevoeging van onwenselijke sporen.
De lijkhoes dient alleen te worden opengemaakt met toestemming (en in bijzijn) van bevoegde opsporingsambtenaren.
Advies is, om de lijkhoes met een sticker te verzegelen.

Algemene informatie

Lijkhoezen zoals in Nederland worden gebruikt zijn doorgaans milieuvriendelijk en biologisch afbreekbaar.

Lijkhoezen zijn in verschillende sterkte en in verschillende materialen verkrijgbaar.
Advies is, om in geval van traumaslachtoffers een lijkhoes van sterk materiaal te gebruiken om het gevaar op prik-, snij-, spataccidenten te beperken.
Een lijkhoes biedt echter geen bescherming tegen prik-, en snijaccidenten.

Naaldencontainer

Een naaldencontainer is, naast een container voor gebruikte naalden, ook bestemd voor ander klein scherp (medisch) afval. U kunt dan denken aan scalpelmesjes en losse scheermesjes.

Door het deponeren van scherpe voorwerpen in een naaldencontainer worden prik- en snijaccidenten voorkomen.
In geval dergelijk scherpe voorwerpen worden meegegeven met het reguliere restafval bestaat de mogelijkheid dat u en derden, zoals collega’s, medewerker logistiek of de vuilnisman, bij het verwijderen en aanpakken van de vuilniszak zich alsnog prikken aan scherpe besmette voorwerpen.

Verwijder naalden en scalpelmesjes nooit met uw handen, maar maak gebruik van de veelal aanwezige groeven en gaten aan de bovenkant van de naaldencontainer die als hulpmiddel voor dit doel zijn aangebracht.

Een volle naaldencontainer kunt u na afsluiten inleveren als medisch besmet afval bij de apotheek, een ziekenhuis of als besmet afval bij een gemeentelijke afvalverwerkingstation.

Verzorgingskoffer

De verzorgingskoffer draagt bij goed gebruik mee als bescherming tegen eventuele besmettingsgevaar.

De binnenkant van de verzorgingskoffer moet worden gezien als “besmet gebied”.
De buitenkant van de verzorgingskoffer kan worden gezien als “veilig gebied”, mits de koffer niet in een “risicogebied” wordt geplaatst, de koffer niet met besmette handschoenen wordt gesloten en men de buitenkant van de koffer met regelmaat schoongemaakt.

Alle producten die zich in de koffer bevinden komen met regelmaat in contact met overledenen waardoor sprake is van een besmette omgeving.
De inhoud van de koffer kan dan ook worden gezien als een kweekvijver van micro-organismen.

Van groot belang ter voorkoming van prik- en snijaccidenten is, dat risicovoorwerpen goed in de koffer worden opgeborgen zodat deze niet in de koffer kunnen rondslingeren en daardoor geen gevaar vormen.

Een aantal producten hoort niet in de verzorgingskoffer thuis, omdat het onwenselijk is als deze producten met (onwenselijke) micro-organismen in aanraking komen. Dit betreft producten zoals:

  • Gebruikvoorwerpen anders dan die voor overledenenzorg;
  • Privé voorwerpen van de medewerker;
  • De lunch van de medewerker;
  • Schorten (de kledingkant van de medewerker dient micro-organismenvrij te worden gehouden);
  • Handschoenen (de binnenkant van de handschoenen dient micro-organismenvrij te worden gehouden);
  • Beschermingsbril;
  • Mondneusmasker(s).

Schepbrancard ter voorkoming van prik- en snijaccidenten

In geval van het overtillen van een traumaslachtoffer bestaat door eventueel aanwezige bewegende botfragmenten een groot risico op prik- en snijaccidenten.
Door gebruik te maken van een schepbrancard is het tilcontact met de overledene minimaal, waardoor het risico op prik- en snijaccidenten verminderd.

In verband met gevaar voor prik-, snij- en spataccidenten dient men bij overledenenzorg voor traumaslachtoffers met beleid en doordacht te werk te gaan!

Transportkist

De transportkist staat in vakterminologie bekend als “de ongevallenbak”.

De transportkist is bij uitstek geschikt om traumaslachtoffers te transporteren.
De transportkist biedt bescherming tegen verspreiding van (onwenselijke) micro-organismen en biedt tijdens transport een zeer goede bescherming tegen gevaar voor prik- en snijaccidenten.

Toch zijn er een aantal punten waarop u tijdens het werken met een transportkist dient te letten:

  • Tijdens het overtillen van de overledene naar de transportkist bestaat, in geval sprake is van botbreuken, een groot gevaar voor het oplopen van prik- / scijaccidenten. Tijdens het plaatsen van de overledene in de transportkist dient men dan ook voorzichtig en met beleid te werk te gaan!
  • Tijdens het plaatsen van de overledene in de transportkist dient men, ter voorkoming van spataccidenten, rekening te houden met opspatten van micro-organisme houdende stoffen!
  • Vaak wordt een transportkist schoongemaakt door een waterstraal (tuinsproeier / brandblusser).
    Tijdens het schoonmaken middels een dergelijke methode dient een zachte waterstraal te worden gebruikt omdat anders gevaar bestaat voor verplaatsing van (onwenselijke) micro-organismen door opspatten en verneveling!

Bescherming van het fysieke gestel

Glijzeil / Glijdeken

In de overledenenzorg kan een glijzeil worden gebruikt om een overledene te verplaatsen. Dit gebeurt dan door middel van schuiven.
Met een glijzeil mag men de overledene nooit tillen.

De stof waarvan een glijzeil vervaardigd is, is bestand tegen trekkracht, niet tegen draagkracht.

Maatvoering

Glijzeilen, rollakens, roldekens, Glijdekens, lopirol’s en dergelijke (zelfde gebruik, andere naam) zijn er in allerlei stoffen en maten.

Materiaal

De meeste glijzeilen zijn vervaardigd van parachutestof. Zelden komt men glijzeilen van andere stoffen tegen, deze functioneren over het algemeen minder goed dan die van parachutestof.

Krachten en risico`s

Bij het gebruik van een glijzeil spelen duw- en trekkrachten een grote rol. Ook al wordt er niet getild, dan nog kan een transfer te zwaar zijn door te hoge duw of trekkrachten (of onverwachte bewegingen zoals het plotseling meegeven van de overledene).

Bij onjuiste werkhouding kan bij de verzorger lichamelijke klachten ontstaan. Denk hierbij aan het omrollen, verschuiven of ‘het even rechtleggen’ van de overledene of de lakens waar de overledene op ligt.

Lichamelijke klachten bij de verzorger kunnen zelfs optreden bij goed gebruik van de glij- of rollaken. Deze hulpmiddelen glijden niet allemaal voldoende terwijl sommige juist onverwacht goed glijden. Met name bij het in gang zetten van de beweging kunnen problemen optreden. Het is dus zaak van te voren goed op de hoogte te zijn van de werking van de te gebruiken hulpmiddelen.

Het kan dus verstandig zijn om voor gebruik in de praktijk de gebruiksaanwijzing goed door te lezen en eventueel met collega’s onderling te trainen.

Lig <-> Lig transfer

In de overledenenzorg is veelal alleen sprake van een lig <-> lig transfer.

  • Belangrijk is, dat bij de lig <-> lig transfer geen hoogteverschil tussen bed en brancard aanwezig is, of dat een licht aflopende hoogteverschil in de richting van de transfer aanwezig is (‘met de zwaartekracht mee bewegen’).
  • Belangrijk is, dat men de goede werkhoogte instelt (bed-brancard, bed-kist, bed-opbaarplank enzovoort). Omdat dit niet altijd mogelijk is dient men hiermee rekening te houden tijdens de transfer (in verband met goede houding). Ook als niet de goede werkhoogte kan worden gerealiseerd dient men er rekening mee te houden dat er geen hoogteverschil tussen bed en brancard aanwezig is, of dat een licht aflopende hoogteverschil in de richting van de transfer aanwezig is.
  • Belangrijk is, dat tussen de twee ligdelen (zoals bed-brancard) geen open ruimte aanwezig mag zijn (de overledene kan daartussenin terecht komen).
  • Belangrijk is, dat men tijdens de transfer geen scherpe randen, richels of opstaande randen moet overbruggen. Dit kan zowel de overledene als het glijzeil beschadigen.
  • Belangrijk is, dat sprake is van volledige en een goed werkende beremming van alle wielen van de ligdelen (zoals bed-brancard). Vòòr de handeling dient men altijd de beremming te controleren.
  • Belangrijk is, dat de vaardigheid in het gebruik van het glijzeil voldoende getraind is.

Mogelijk probleem

Een probleem bij het gebruik van de glijzeil kan het matras zijn. Zachtere matrassoorten leveren nogal eens problemen op. De overledene ligt bij een zacht matras in een heel licht kuiltje, waarbij teveel kracht nodig is voor de verplaatsing. Duwen wordt dan meestal een probleem. Trekkracht is minder gunstig, maar brengt dan veelal wel uitkomst. Nadeel is wel dat u al snel, door de trekkracht, het glijzeil onder de overledene vandaan trekt. Eén verzorger die duwt en één verzorger die trekt biedt de opplossing. U doet er dus verstandig aan om van tevoren goed op te letten op welke soort matras de overledene ligt.

Aanbrengen glijzeil

  1. Creëer, ingeval mogelijk, de juiste werkhoogte.
  2. Kantel de overledene naar u toe en spreidt het glijzeil uit achter de rug van de overledene en stop het in onder de rug van de overledene (ter hoogte van de schouders en de heupen, dit zijn de zwaartepunten).
  3. Kantel de overledene terug op de rug, op het zeil, en pak vanaf de andere kant onder de overledene door stukje bij beetje het glijzeil. Zorg dat het glijzeil glad onder de overledene ligt. Mocht u het glijzeil niet recht kunnen trekken, dan kunt u de overledene eventueel nog van u af kantelen, maar meestel is dat niet nodig.

Overschuiven met glijzeil

Het makkelijkst kunt u gebruik maken van een grote glijzeil of roldeken. De overledene moet er van top tot teen ruim op liggen.
In geval overschuiven van de overledene door twee personen wordt gedaan, dan kan dit ook goed met een klein glijzeil.
Het advies is in elk geval om, bij weinig ervaring van gebruik glijzeil, het verplaatsen van de overledene met twee personen uit te voeren.
Belangrijk is, dat tijdens het verplaatsen het hoofd van de overledene goed wordt begeleid.

Duwen / trekken

U kunt kiezen tussen de handeling waarbij u de overledene duwt of een handeling waarbij u trekt.
Geef tijdens het overtrekken geen “rukbeweging” aan het glijzeil, u trekt dan het glijzeil onder de overledene vandaan. Trekken is voor uw lichaam meestal ongunstiger dan duwen.
De voorkeur gaat echter toch uit naar het overtrekken van de overledene omdat met duwen meer kans is dat u “het bed en de brancard” uit elkaar duwt. Door bij duwen de brancard bijvoorbeeld tegen de muur te plaatsen loopt u dit risico niet. Gezondheidtechnisch is de voorkeur dus duwen.

Een foefje is om tijdens het trekken aan het glijzeil de overledene ook aan de kleding vast te houden. U trekt dan de overledene gelijkmatig met de verplaatsing van het glijzeil mee.

Het overduwen van de overledene

  1. Rijd de brancard zijdelings tegen het bed aan en voer alle veiligheidsmaatregelen uit (bed op rem enzovoort). Zet het bed op de juiste werkhoogte en breng het glijzeil aan.
    Zorg ervoor dat u een glijzeil heeft waar de overledene in ieder geval met de schouders en de heupen op ligt en dat breed genoeg is om de zijwaartse beweging te maken. De overledene ligt op het glijzeil waarbij de opening van een tunnel naar boven en onder is gericht.
  2. Ga in “schrede” stand staan en duw met grotendeels gestrekte armen en volle handen op de overledene. Maak daarbij gebruik van uw lichaamsgewicht: daar moet de kracht vandaan komen. Duw de overledene zo beetje bij beetje naar de andere zijde. Duw daarbij rustig en voorzichtig achtereenvolgens op de heupen, de schouder, de benen (bij een forse overledene is het in elk geval het beste om `in delen` te schuiven).
  3. Haal bed of brancard weg. Verwijder na afloop het glijzeil en ruim het glijzeil meteen op.

Weghalen glijzeil

Het weghalen van een glijzeilen kan lastig zijn. Maak ook dan altijd gebruik van de glijeigenschappen, dan is het zelden nodig om een kanteling van de overledene uit te voeren om het glijzeil weg te halen en kan de overledene gewoon blijven liggen.

  1. Meestal werkt het horizontaal beetje bij beetje rustig trekken aan de onderste laag van het glijzeil het beste. Mocht dit niet lukken, dan zal u met een kanteling van de overledene het glijzeil ook kunnen verwijderen.
  2. Belangrijk
    Berg een glijzeil dat niet gebruikt wordt goed op en laat deze nooit slingeren. Een stap op een glijzeil dat per ongeluk op de vloer ligt, betekent meestal een valpartij.

Meer informatie

Meer informatie over het glijzeil / glijdeken kunt u vinden in het item “Fysieke belasting: Glijzeil” op deze website.

Cursus tiltechnieken

Bij het werken met een Glijzeil / Glijdeken is sprake van fysieke belasting. Advies is, om gebruik te maken van de informatie uit een cursus tiltechnieken.

Rugplank

De rugplank is een ideaal hulpmiddel om (zware) overledenen te tillen.
Vooral in geval de overledene in een lage positie ligt (zoals op de grond) en / of als de rigor mortis nog niet is ingetreden, spaart het gebruik van een rugplank de fysieke gezondheid van de medewerkers.

Door de overledene zijwaarts te kantelen kan de rugplank onder de overledene worden geschoven. Om schuiven van de overledene te voorkomen kunnen eventueel brancard-bindriemen worden aangebracht.

De rugplank kan samen met de overledene op de brancard zodat de overledene kan worden gereden. Het overtillen op de plaats van bestemming kan dan ook weer met behulp van de rugplank gerealiseerd worden.

Het werken met een rugplank geeft (veel) fysieke belasting. Advies is, om gebruik te maken van de informatie uit een cursus tiltechnieken.

Schepbrancard

De schepbrancard is een ideaal hulpmiddel om (zware) overledenen te tillen.
Vooral in geval de overledene in een lage positie ligt (zoals op de grond) en / of als de rigor mortis nog niet is ingetreden, spaart het gebruik van de schepbrancard de fysieke gezondheid van de medewerkers.

Door de overledene zijwaarts te kantelen kunnen de twee losse onderdelen van de schepbrancard onder de overledene worden geschoven. Na fixatie van de schepbrancarddelen vormt de brancard één geheel, en kan de brancard met de overledene worden opgetild.
Om schuiven van de overledene te voorkomen kunnen eventueel brancard-bindriemen worden aangebracht.

De schepbrancard kan samen met de overledene op de brancard zodat de overledene kan worden gereden. Het overtillen op de plaats van bestemming kan dan ook weer met behulp van de schepbrancard gerealiseerd worden.

Het werken met een schepbrancard geeft (veel) fysieke belasting. Advies is, om gebruik te maken van de informatie uit een cursus tiltechnieken.

Schepbrancard ter voorkoming van prik- en snijaccidenten

In geval van het overtillen van een traumaslachtoffer bestaat door eventueel aanwezige bewegende botfragmenten een groot risico op prik- en snijaccidenten.
Door gebruik te maken van een schepbrancard is het tilcontact met de overledene minimaal, waardoor het risico op prik- en snijaccidenten verminderd.

In verband met gevaar voor prik-, snij- en spataccidenten dient men bij overledenenzorg voor traumaslachtoffers met beleid en doordacht te werk te gaan!

Brancard flexiebel

De flexibele brancard is zeer geschikt om overledenen uit ongunstige locaties weg te dragen.
Met de flexibele brancard bestaat zelfs de mogelijkheid om een (zware / te zware) overledene van de trap te laten afglijden, zodat het fysieke gestel van de medewerkers wordt gespaard.

Bij goede plaatsing en fixatie vormt de brancard een stevig geheel om de overledene waardoor sprake is van een goede bescherming van de overledene tegen verplaatsingsinvloeden.

Het werken met een flexibele brancard geeft fysieke belasting. Advies is, om gebruik te maken van de informatie uit een cursus tiltechnieken.

Sectietafel met kantelbaar blad

Een sectietafel met kantelbaar blad is een handig hulpmiddel om fysieke belasting bij de medewerker(s) te voorkomen.
Door het op de juiste hoogte plaatsen van een koelplaat, brancard of kist naast de sectietafel, kan de overledene door de kanteling worden overgegleden.
Door deze handeling wordt niet getild, maar wordt gewerkt door middel van glij- / schuiftechnieken.

Als extra hulpmiddel kan een katoenen laken onder de overledene worden geplaatst zodat het van de sectietafel afglijden door de medewerker(s) kan worden begeleidt.

Brancard onderstel

Op een brancard-onderstel wordt een brancard geplaatst, zodat geen tiltechnieken meer nodig zijn maar de overledene kan worden gereden.

Belangrijk is dat, voor men de overledene met de brancard tilt, de brancard dichtbij wordt geplaatst zodat het tilmoment van korte duur is.

Brancard

Een onmisbaar deel voor overbrenging van een overledene is de brancard.
Op de brancard kan de overledene geplaatst, gefixeerd en vervoerd worden.

De brancard is een los onderdeel van het brancard onderstel. Zodra de brancard op het onderstel staat geplaatst hoeft niet meer gebruik te worden gemaakt van tiltechnieken, maar kan met de brancard worden gereden.

In de praktijk komt het ook veelvuldig voor dat met de brancard zware voorwerpen zoals een bedkoelsysteem ter plaatse worden gereden.

De brancard is een ideaal vervoersmiddel om een (zware) overledene mee de trap af / op te dragen. Waar het dragen van de overledene in de kist veelal problemen oplevert kunnen hindernissen zoals een draai op een trap met een brancard veelal zonder veel moeite worden genomen.

Belangrijk is, dat voor gebruik van een brancard goed de instructies worden doorgenomen. Een brancard heeft een voorgeschreven maximum tilgewicht.

Om schuiven van de overledene te voorkomen is het van groot belang dat voldoende fixatiemogelijkheden aanwezig zijn, dat deze goed geplaatst worden en goed vast zitten.
Als extra fixatie, naast de aanwezige fixatiebanden op de brancard, kunnen extra brancard-bindriemen worden bijgeplaatst.

Het werken met een brancard geeft (veel) fysieke belasting. Advies is, om gebruik te maken van de informatie uit een cursus tiltechnieken.

Brancard-bindriem

Een groot gevaar voor rugklachten bestaat, als een overledene tijdens een tilmoment onverwachts gaat schuiven. Medewerkers proberen altijd het schuiven van de overledene te compenseren waarbij in veel gevallen sprake is van een groot risicomoment voor het fysieke gestel.

Om een dergelijk risicomoment te voorkomen is het van groot belang dat sprake is van een goede fixatie van de overledene.
Naast (eventueel) standaard aanwezige bindriemen kan als aanvulling extra bindriemen worden aangebracht.

Naast toepassing voor een brancard kunnen bindriemen ook toegepast worden op een rugplank en een schepbrancard.

Brancard-draagriem

Een draagriem voor een brancard verdeeld het gewicht van de te dragen last over een groot deel van het lichaam van de medewerker.
De draagriem voorkomt ook verschillende fysiek onwenselijke tilbewegingen.
Goed gebruik van een brancard-draagriem kan het ontstaan van fysieke klachten van de medewerker voorkomen.

Een gevaar bij verkeerd gebruik van een brancard-draagriem kan zijn dat juist fysieke klachten bij de medewerker ontstaan.

Het werken met een brancard-draagriem geeft (veel) fysieke belasting. Advies is, om gebruik te maken van de informatie uit een cursus tiltechnieken. In een cursus tiltechnieken kan het onderwerp “dragen van een brancard met behulp van een brancard-draagriem” worden behandeld. Als men de werking van een brancard-draagriem tijdens een cursus tiltechnieken ter sprake wil brengen dient men dit van te voren aan te geven.

Brancard-snelkoppelhaak

Een snelkoppelhaak kan een goed hulpmiddel zijn voor het verplaatsen van en overledene per brancard. Dit hulpmiddel geeft over het algemeen meer mogelijkheden dan een vast bevestigde brancard-draagriem, waardoor sommige tilmomenten makkelijker zijn te volbrengen.

Doordat bij gebruik van een snelkoppelinghaak meer speling aanwezig is en meer bewegingsmogelijkheden bestaat schuilt ook het gevaar dat sprake is van onwenselijke beweging en speling, waardoor gevaar bestaat voor de fysieke gezondheid van de medewerker.

Belangrijk is, om op de hoogte te zijn van gebruik en werkinstructies zoals staan beschreven in de handleiding.

Het werken met een brancard-snelkoppelhaak geeft (veel) fysieke belasting. Advies is, om gebruik te maken van de informatie uit een cursus tiltechnieken. In een cursus tiltechnieken kan het onderwerp “dragen van een brancard met behulp van een brancard-snelkoppelhaak” worden behandeld. Als men de werking van een brancard-snelkoppelhaak tijdens een cursus tiltechnieken ter sprake wil brengen dient men dit van te voren aan te geven.

Tilliften

Waarom gebruik maken van fysieke technieken als mechanische technieken ter bescherming van de gezondheid van medewerkers bestaan?

Voor het verplaatsen en tillen van overledenen kan, indien aanwezig, gebruik worden gemaakt van een tillift.

Voor goed gebruik van de tillift is het van belang dat de medewerker op de hoogte is van de mogelijkheden van de tillift. Het is daarom raadzaam om de gebruikinstructies goed door te nemen!

Van zeer groot belang is, dat het maximale draaggewicht van de tillift nooit wordt overschreden!

In sommige cursussen tiltechnieken wordt het onderwerp “tillen met gebruik van een tillift” behandeld.

Transportkist

De transportkist (in vakterminologie “de ongevallenbak”) is een zeer solide en stevige kist waarin een overledene kan worden vervoerd.
Deze transportkist wordt doorgaans gebruikt voor het vervoer van overledenen die zijn overleden ten gevolge van lichamelijk letsel.

Het grootste risicomoment bij het gebruik van de transportkist is over het algemeen het plaatsen van de overledene in de kist, dit omdat zeer voorzichtig en met beleid te werk moet worden gegaan om prik- / snij- / spataccidenten tegen te gaan en vanwege de immobiliteit van de overledene.

De transportkist kan door 2, 4 en soms zelfs door 6 personen worden gedragen.

Bij het tillen van voorwerpen zoals de transportkist is fysieke houding van de medewerker van groot belang zodat klachten van het fysieke gestel worden voorkomen.
Advies is dan ook, indien de mogelijkheid bestaat, om gebruik te maken van tiltechnieken zoals in een cursus tiltechnieken worden gegeven.


Protocol overledenenzorg / afleggen / laatste zorg overledene

  1. Inleiding
  1. Veiligheid medewerker(s) bij overledenenzorg
    • Handelwijzen en productinformatie
  1. Het doel van de laatste zorg
  1. Mogelijkheden en beperkingen bij overledenenzorg
  1. De uitvaartondernemer
  1. Cultuur en religie bij verzorging overledene
  1. Wanneer mag worden begonnen met de laatste zorg?
  1. Handelingen tussen moment van overlijden en laatste zorg
  1. De nabestaanden (de opdrachtgever) - overledenenzorg / uitvaartzorg
  1. Nabestaanden helpen mee met de laatste zorg
  1. Hygiëne tijdens overledenenzorg
  1. Koelen ter conservering overledene
  1. Wat is nodig bij de laatste zorg?
  1. Advies omtrent laatste zorg overledene
  1. Ontkleden overledene
  1. Wassen overledene
  1. Aandoen van incontinentiemateriaal bij een overledene
  1. Scheren overledene
  1. Neusverzorging overledene
  1. Mondzorg bij een overledene
  1. Overledene en gebitsprothese
  1. Haarverzorging overledene
  1. Nagelverzorging overledene
  1. Wondverzorging en restauratie overledene
  1. Het aankleden van een overledene
  1. Overledene en panty’s, nylon kousen en schoenen
  1. Verzorging lippen overledene
  1. Make-up overledene
  1. Sieraden overledene
  1. Overledene en camoufleren van huidverkleuringen, huidoneffenheden en huiddefecten
  1. Laatste handelingen en opbaren overledene
  1. Sluiten mond overledene
  1. Overledene en lekken uit de mond
  1. Sluiten ogen overledene
  1. Geurvorming overledene
  1. Identificatie overledene
  1. Thanatopraxie / balsemen (embalming)
  1. Overledene en drains, katheters, infuus, ap stoma, up stoma, tracheastoma en maagsonde
  1. Overledene en medische toepassing met batterij (oa. pacemaker)
  1. Obductie / sectie / inwendige lijkschouw
  1. Overledenenzorg bij donatie
  1. Ter beschikking stelling van de wetenschap
  1. De Hersenbank
  1. Overdracht van kleding van de overledene aan de nabestaanden
  1. Belangrijke wetenswaardigheden voor nabestaanden
  1. Overdracht tussen de verschillende disciplines

© Copyright 2005 - Wiegman Communications www.uitvaart-adresgids.nl / www.overledenenzorgpro.nl